8. Twee personen van hetzelfde geslacht houden van elkaar. Is dat gerechtvaardigd?

Natuurlijk moet er een duidelijk verschil gemaakt worden tussen vriendschap en gevoelens van verliefdheid. Het is duidelijk dat er vriendschap kan bestaan tussen twee jongens of twee meisjes. Een vriend, vriendin of echte vrienden hebben maakt deel uit van het menselijk bestaan. Het is iets heel kostbaars.

° Men spreekt van ‘homofilie’ als er een gevoel van verliefdheid bestaat tussen twee personen van hetzelfde geslacht. Wij gaan hier niet bestuderen waarom en hoe dat kan ontstaan, maar we zullen wel enkele punten benadrukken.

° We leven in een wereld waarin bestaande verschillen worden weggepoetst omdat men er bang voor is. Sommige mensen beweren dat geslachtsgemeenschap van twee mensen van hetzelfde geslacht goed is en dat homoseksualiteit een alternatief kan zijn voor heteroseksualiteit (sexuele relaties tussen een man en een vrouw). Dat is niet waar. De waarheid is dat God man en vrouw verschillend heeft geschapen opdat zij, mét deze verschillen (de geslachtelijke verschillen daarbij inbegrepen), zich aan elkaar kunnen geven, en opdat uit deze vereniging leven kan voortkomen. Hoe men er in zijn eigen leven ook voorstaat, het is belangrijk de waarheid te erkennen, ernaar te handelen of er met een oprecht hart naar te verlangen om je leven ermee in overeenstemming te brengen.

° Afgezien van de homoseksuele pressiegroepen die op alle mogelijke manieren proberen de homoseksuele levensstijl en praktijk erkend te krijgen, is de homoseksualiteit over het algemeen een situatie waarvoor men niet heeft gekozen maar die men ondergaat en als pijnlijk ervaart. Gevoelens van schaamte en vernedering gaan gepaard met ongerustheid (ben ik niet abnormaal? Hoe ziet de toekomst er uit?); men voelt zich schuldig, anders dan anderen, men sluit zich op in eenzaamheid en daarmee van de andere mensen en van het leven. Die ongerustheid gaat gepaard met veel voorkomende onevenwichtigheid. ‘Ik ben toch niet te genezen, er is geen toekomst, er is geen hoop meer’, zo denkt men.

° Pas ervoor op, de verschillende situaties met elkaar te verwarren: een actieve, blijvende homoseksualiteit heeft niets te maken met een voorbijgaande neiging tijdens de puberteit (dat komt regelmatig voor), die verbonden is met gevoelsmatige onvolwassenheid, een gebrek aan een volwassen identificatiemodel en het feit dat men sterk op zichzelf is geconcentreerd, iets wat bij deze levensperiode hoort. Over het algemeen gaat het vanzelf over, ook al laat het bepaalde verwondingen in de herinnering achter. Bij sommige mensen kan een blijvende homofiele geneigdheid voorkomen (d.w.z. hij of zij wordt grotendeels of uitsluitend aangetrokken tot iemand van hetzelfde geslacht); deze geneigdheid vindt zijn oorsprong ergens in het verleden en lijkt heel diep in de persoon vastgeworteld te zijn. Hij kan beperkt blijven tot alleen een neiging – zelfs een sterke neiging – en geen gevolgen hebben. Maar de overgang naar actieve homoseksualiteit is een heel belangrijk keerpunt, want al de eerste keer wordt er een raderwerk in gang gezet waarin schuldgevoel, gepaard met al te grote toegeeflijkheid als gevolg van het genot, in elkaar grijpen.

° Men is niet verantwoordelijk voor zijn gevoelens en impulsen, maar wel voor zijn daden. Men heeft geen schuld aan zijn slechte neigingen; wel kan een slechte daad echte schuld tot gevolg hebben. Als de daad op zich slecht is, moet je dat omwille van de waarheid niet voor jezelf verbergen. Maar dat wil niet zeggen dat de persoon die de daad uitvoert slecht is. Wie kan zich opwerpen als aanklager van zijn broeders en zusters? Er is hoop omdat er vrijheid is. Zeker, er is een ernstig probleem, maar ik val niet samen met mijn probleem. Mijn diepste wezen kan niet herleid worden tot een neiging, zelfs niet tot het ten uitvoer brengen daarvan. ‘Ik-ben-niet’ de neiging die in me zit.

° In ieder mens is het vermogen om lief te hebben en zichzelf weg te schenken veel dieper dan welke tendens of welke doodlopende weg ook: zelfs als ik wanhoop omdat ik me aan de rand van de maatschappij gedrukt voel of als ik probeer, de situatie als heel gewoon en alledaags voor te stellen, blijft God me oproepen, om verder te gaan. Hij nodigt me uit, op te staan om eruit te komen.

° Maar het is vaak moeilijk op zijn uitnodiging in te gaan vanwege de waanvoorstellingen van de fantasie die zich als heel serieus voordoen, vanwege de minachting die ik voor mezelf heb, doordat ik bang ben voor veranderingen, of door de druk van een bepaalde groep mensen. Dan onderschat ik het weerstandsvermogen van mijn eigen wil en ben ik bij voorbaat verslagen. Maar God laat zich door niets overwinnen, zelfs niet door alle weerstand die ik bied.

Aiutaci donando con PayPal, Bancomat o Carta di credito